Door Koos de Wilt, Lisette Hendriks en Peter van Beurden
Laetare is na de Tweede Wereldoorlog opgericht door een tweetal vrouwen die binnen de Katholieke kerk uiting wilde geven aan hun religieuze overtuiging en daarvan ook werk wilde maken. Heden ten dage is Laetare een bescheiden fonds dat kwetsbare mensen aan de rand van de samenleving wil helpen, dit in de geest van de vrouwen van Laetare.
De start van het Seculier Instituut Laetare ligt rond Pinksteren 1945. Het Latijnse woord laetare betekent letterlijk ‘wees blij’. Het is het eerste woord van een gezang bij de eucharistieviering van de Vierde Zondag van de Veertigdagentijd. Het woord past bij de ambitie van de twee midden in het leven staande vrouwen, Mies van Winkel en Zus Broeders. Zij voelden zich, toen nog los van elkaar, geroepen om met hun diepe overtuiging concreet bij te dragen aan een betere wereld. Het was net na de Tweede Wereldoorlog en in die tijd was er een grote behoefte onder veel mensen van buiten de kerk om meer te weten over het geloof. Mies en Zus wilden hen leren hoe geloof richting, troost en liefde kon geven in het leven van mensen van die tijd. Om aan die wens tegemoet te komen, gaven de grondleggers van Laetare in het begin vooral geloofsonderwijs aan niet-Katholieken in en om Den Haag, dit ter ondersteuning van de paters van de Tilburgse Missionarissen van het Heilig Hart. Deze hadden onder leiding van pater Gall MSC, Una Sancta opgericht, een instituut dat ijverde voor de eenheid van de kerken.
De Laetaristen voelden zich geroepen om handen en voeten te geven aan hun geloofsbeleving.
De oorsprong
In 1946 werd Laetare officieel opgericht door de vrouwen die weliswaar vol in het leven stonden, maar ondertussen wel wilden leven vanuit hun gelovige inspiratie. Ze gingen niet het klooster in, maar deden wel een religieuze gelofte en besloten ongehuwd, luisterend en dienend te leven. Ze kozen ervoor verantwoord om te gaan met hun talenten, met hun tijd, met hun geld, hun goed en bezit.

Om hun ideeën daarover een plek te geven, startte Laetare met het huren van het huis op Rusthoekstraat 5 in Scheveningen, een pand dat in die tijd nog een bouwval was. Idee was om dat huis om te bouwen tot iets dat kon dienen als waardige plek om les te geven aan geloofsleerlingen. Laetare-oprichter Mies ging er direct wonen en zag toe op de verbouwing. Laetare begon er met vijf mensen en groeide al snel in aantal. Daarmee ontstond ook de behoefte aan meer ruimte. In 1949 werden om die reden eerst nog een paar kamers gehuurd bij de buren op nummer 3. Daarnaast werden novicen ondergebracht op nog een paar andere adressen.
Omkijken naar kwetsbare mensen aan de rand van de samenleving

Het was voor de eerste Laetaristen niet alleen een kwestie van geloof, maar ook van handen uit de mouwen steken en er te zijn voor kwetsbare mensen aan de randen van de samenleving. Al snel werd daarom gewerkt vanuit een meer oecumenische aanpak, waarbij gezocht werd naar raakvlakken die alle christelijke kerken met elkaar verbinden. In 1952 stelde de bisschop van Haarlem voor, om de naam te verbreden naar Catechisten van Laetare en nog later werd de naam gewijzigd in Seculier Instituut Laetare. Daarna verschenen de eerste statuten en werd ook het pand op de Rusthoekstraat 3 in Scheveningen aangekocht. De focus op geloofsonderwijs werd verbreed tot het opvangen en hulp bieden aan mensen aan de randen van de samenleving. Het seculier instituut is daarbij ook een aantal jaren verbonden geraakt met de jeugdzorg van het Rotterdamse opvoedkundig instituut Theresia. Daartoe is toen ook een pand in Rotterdam aangekocht.
Spiritualiteit in het heden

Bijna alle Laetaristen hadden een baan in hun eigen omgeving in bijvoorbeeld zorg of onderwijs. Tijdens bezinningsweekenden kwamen ze vanuit het hele land samen in de panden van Laetare. Het ging in die tijd om zo’n 20 vrouwen die regelmatig bij elkaar kwamen en ook vaak andere mensen uitnodigden.
Door bij elkaar te zijn, werden ze spiritueel gevoed en konden ze zich met nieuw enthousiasme wijden aan zorg en ondersteuning van kwetsbare mensen, vaak jonge moeders of gedetineerden en andere mensen die zorg nodig hadden.
Zo bleef hun spiritualiteit steeds verbonden met het dagelijks handelen. De Laetaristen deelden hun overtuiging in die tijd met een vriendengroep wat vorm kreeg in vieringen, themabijeenkomsten en retraites. Het ging de vrouwen om heil te brengen in de wereld. De vrienden gaven deze bezieling vervolgens weer door naar hun eigen omgeving. Zo waaide de geest van Laetare verder uit, ook toen de ouder wordende Laetaristen zelf minder actief konden zijn.
Een fonds dat om wil zien naar kwetsbare mensen aan de randen van de samenleving
Zus en Mies, de oprichters van Laetare, zijn allebei in 1997 overleden. Een andere vroege Laetariste, Muike Janssens, werd toen leidster en in 2003 volgde Annie Zomer haar op. Naast haar keuze voor Laetare werkte zij in het onderwijs met moeilijk lerende kinderen en werd later justitiepastor. Zij vond haar voedingsbodem in het geloof, dat ze ook steeds met humor wist te relativeren. Het ging Annie om het helpen waar dat maar mogelijk was.

In 2010 vierde zij 40 jaar verbondenheid met de organisatie. Rond die tijd was Annie zich ook zeer bewust dat een andere weg gevonden moest worden omdat de overige Laetaristen op hoge leeftijd kwamen. Ze kreeg veel op haar schouders. Ze werkte als gevangenispastor en was leidster van Laetare, waarbij ze de oudere Laetaristen bijstond en zorg droeg voor het onderhoud van de panden. Om haar hierbij te helpen verzamelde ze een paar mensen om zich heen die als een supportgroep met haar meedachten.

In de eerste jaren van het nieuwe millennium werden met de vriendengroep nog weekenden georganiseerd en woonde in beide panden nog een Laetariste. Toen een van hen overleed en het pand in Scheveningen helemaal leeg kwam moest Annie met de supportgroep stappen gaan ondernemen. Helaas overleed ook Annie kort daarna. Dat was dat niet alleen een klap voor de vriendengroep, maar ook het begin van een nieuwe invulling van Laetare dat in de oude vorm met maar twee leden niet verder kon. Uit de supportgroep werd een bestuur geformeerd en werd besproken hoe verder te handelen in de geest van de oprichters.
Laetare gelooft in wat het doet.
Fonds
Het fonds Laetare wordt sindsdien beheerd door een bestuur dat de erfenis van het saeculier instituut in ere wil houden. Laetare is nog steeds een kerkelijke organisatie, gericht op het helpen van mensen in nood en werkend vanuit de inspiratie van het evangelie. Het gaat daarbij vooral om de betrokkenheid bij mensen. Laetare gelooft daarbij dat ze in het kleine wat ze doet en bijdraagt iets groots kan bewerkstelligen. Twee keer per jaar komt het bestuur bij elkaar om te beslissen over ontvangen aanvragen voor een financiële bijdrage.
Welke projecten komen in aanmerking?
Laetare biedt financiële steun aan kleinschalige projecten en vrijwilligersinitiatieven. De ondersteuning beperkt zich niet tot katholieke of christelijke initiatieven. Graag ondersteunt Laetare initiatieven waar ook andere partijen in participeren. In de praktijk voelt Laetare zich in het bijzonder aangesproken door projecten die uit de samenleving komen, projecten waar vaak vrijwilligers het voortouw nemen. Zeker in de aanloop van zulke initiatieven is geldelijke ondersteuning nodig. Het gaat hierbij vaak om relatief kleine bedragen. Het fonds honoreert bij voorkeur geen projecten waarbij geld wordt gestoken in bakstenen of grote organisaties, maar draagt liever bij aan nabije projecten zoals bijvoorbeeld bijeenkomsten waarbij ouderen een ruimte kunnen huren en samen kunnen zingen en muziek maken, een kerstviering van gedetineerden, de aanschaf van tuingereedschap voor een hospice of de financiering van een fietsenstalling voor de organisatie Fietsmaatjes.
Laetare is als kerkelijke instelling een algemeen nut beogende instelling (ANBI). Als ANBI-instelling beoogt zij zoveel als mogelijk is transparant te zijn, niet alleen in formele, financiële zin (zoals in de ANBI-publicatie), maar zeker ook inhoudelijk. Diezelfde transparantie vraagt ze ook in de terugkoppeling en financiële verantwoording van toegekende gelden.
God in het verborgene
Het christelijk geloof heeft in deze wereld niet meer de plaats die het eeuwenlang heeft gehad. Maar nog steeds waart er in de haarvaten van onze beschaving een geest rond van wat het geloof ons kan brengen. Het christendom heeft ons geleerd om voor elkaar op te komen en naar elkaar om te zien. Het geloof heeft een uniek waardesysteem in de westerse samenleving gebracht met als kern dat de eersten de laatsten zullen zijn en dat wij om moeten zien naar de mensen die onder de voet dreigen te worden gelopen in de maatschappij. Waar voorchristelijke samenlevingen en ook hedendaagse culturen zich soms concentreren op kracht en macht en het recht van de sterksten, verkondigde het christendom eeuwenlang aandacht voor de zwakken en lijdenden. En die solidariteit met de zwakken vloeide uiteindelijk voort uit wat Jezus en de apostel Paulus verkondigden.
De vrouwen van Laetare handelden na de Tweede Wereldoorlog in die geest en probeerden binnen de kerk hun ruimte op te eisen. Net voor de omwenteling van het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie in 1962 waren zij al bezig met de vraag welke rol het geloof in de nieuwe tijd kan brengen. Juist ook in deze tijd is er een grote behoefte aan spiritualiteit en de wens om dat met anderen te delen, om mensen met elkaar te verbinden. Naast het lezen in de bijbel vonden de vrouwen het net zo belangrijk om de krant te lezen. Nog steeds staat Laetare midden in de maatschappij om, op bescheiden schaal, om te zien naar kwetsbaren aan de randen van de samenleving.
Meer informatie over Laetare is te vinden op https://www.laetare.nu/